Walter


tennaest het bilzekruid wast woekerlover
gesteeld gekwijn en daarom ’t purperen gevang
want blaadjes heeft dit teelsel zes te over
die zij zoet spreidt de hele Lente lang

en stekelig van doornen spreekt vanzelf
waar voorjaar het op zandgrond vindt
-zie toe zie toe dat het worteltje niet welkt
hetwelk de kelkjes met de aardse bindt

het bloempje stuifmeelzwaar heft zij ten zon
of die haar in haar perkje paste
vergeet niet voor de winterjassen
ons bleek van koon verhoeden naast het pad
te stappen in het ver geruis
waar in April het woekerlover weelt met werken