Walter


Sonnet

In het hart der negorij aan Noordzee’s zilt
was, sedert minstens wel drie eeuwen
steeds de vrijplaats trouw gestut door Hollands leeuwen
voor vrijen stroom van vrijen tong van vrijen godsdienst en vrij pils
en zij het vrije woord niet immer goud gewogen
en wemelt vaak de vrijheid meer in Hollands goten
dan zij de winden tegenwaait op stedentrans
zij het spreekschip voor de groten – breke zij de kleinen slechts een lans
dan breekt daar toch het kruid bij elken kans
uit de wortel van: uw oordeel het zij mild
en bloeit er onder Aemstels wapen elk wat wils
en blijft daarvan, als de danse macabre is verstild
als het zout in de matten, als het water is verdampt
in ’t licht der zon, de dankbaarheid, ervarings liefste kind.