Walter


Ik ben verstoten
van Mam’s citroencompote
en van de zomer mag ik niet mee
’r valt niet meer over te praten
ik wordt achtergelaten
en zij gaan naar Egmond aan Zee

Mijn schap en mijn ommer
bezie ik met kommer
begrijp hoe ik smacht naar het zand
maar onz’ vreedespijp
is thans buiten bereik
daar ik uit de hand loop maakt men mij van kant

’t Zijn dingen als
zand en citroen die ik mors in mijn hals
tot ik ’s avonds moe en tevree
mijn kussentje smikkel
’t is hard als een bikkel
tja, die compote valt niet mee