Walter


Geniet, mijn liefje, gezegende vrede
wij, die elkaar zoo beminden
– tere snaren raken elkaar –
als en op de melodie van diepe gitaren

Mag mijn vers helder zijn
als tranen die druppelen van de pijnboomen
dochter van bloed en wijn
bron van volledig geluk

Kalme maten worden hier dooreen geweven
en vloeien door mijn rode hart
hoeveel harde manen
mijn liefje, reik mij je mond

De bij stijgt naar de heemel
op zijn zachte vleugel(tje)s
hij wendt zich naar de zon
        hoe kennen zij elkaar?

De kooning opent zijn mantel(kleed)
een zoompje dat weet ik
daarheen vliegen
        twee harten als een

Droevig zijn mijn woorden
zegt maar vervloekt
het einde en de wijn
        van de anderen

Geniet, mijn liefje, gezegende vrede
wij, die elkaar zoo beminden
– tedere snaren raken elkaar –
als en op de melodie van diepe gitaren