Geniet,
mijn liefje, gezegende vrede
wij, die elkaar zoo beminden
– tere snaren raken elkaar –
als en op de melodie van diepe gitaren
Mag
mijn vers helder zijn
als tranen die druppelen van de pijnboomen
dochter van bloed en wijn
bron van volledig geluk
Kalme
maten worden hier dooreen geweven
en vloeien door mijn rode hart
hoeveel harde manen
mijn liefje, reik mij je mond
De
bij stijgt naar de heemel
op zijn zachte vleugel(tje)s
hij wendt zich naar de zon
hoe kennen
zij elkaar?
De
kooning opent zijn mantel(kleed)
een zoompje dat weet ik
daarheen vliegen
twee harten als een
Droevig
zijn mijn woorden
zegt maar vervloekt
het einde en de wijn
van de
anderen
Geniet,
mijn liefje, gezegende vrede
wij, die elkaar zoo beminden
– tedere snaren raken elkaar –
als en op de melodie van diepe gitaren
|