Walter


De beefjes kwaken – al zou men ’t niet zeggen –
En rake stuivers zwijgen stil.
Er is een vinger in de aardbei
Die de kersenpap wel wil.

Ach! Hoe mooi is nu ’t vermanen
In de vulling van het dui,
Klaproos zuivert door de lanen,
Geniet de zilverworm de granen?
Niets! Dan ijdelheid en puin…

Aan het vertuigen van den distel
Ze thans de basclaroen het zwerk
Hoort zwijnenstal en veemstroop lispelen
’t Is toch alles mensenwerk!