Walter


De groot-kwansuil spreekt:

’t kwansuil zaagt ijzelige strepen
door ’t schenk, door deur en avondrood
als kammen in verguld’ne drepen
als half gesneden tarwebrood

Daar! Een kwansuil schijnt ons te naken!
’t is Caper, ’t is Jeroen, nee, ’tis kwansuiker!
met Caper of Jeroen valt nog te praten
doch met kwansuiker tast men in ’t duister

Het hult van slalom in de lichters
hoe kweelt daar onbegrepen ruis!
kwansuilen, naar het woord der dichters,
krijgen dat alles mee van thuis....