Walter


Auschwitz

Geen G’d Die U wat verwijt
nee, dat doen die norsche boeren
zij hebben ’t net gezegd, wij doen
zwart vloekt met rood en rood met groen
gij staat voor altijd onverzoend
en denkt aan Uw fluwelen en briljante snoeren

Het is geen droom; geen fluit dus geen muziek
wie zingen wil zal bloeden
geen hand heeft dit mogen verhoeden
vijf ontsnapten staan op het Rapport als “clique”
het schijnt de Hauptmann zelf is ziek
en noem het gas gerust maar Moeder

Dat prikkeldraad Ach nein! Heeft wat gekost
op een Ampère meer is niet gekeken
en parve brood natuurlijk en daarop de treife worst
de Mof heeft Polen niet voor nix ontbost
wij zijn maar burgers en analphabethen: leken

Die twee zij voelden voor elkaar
toch ging hij vreemd met een eind touw
toch ging zij vreemd met de ossa-schaar
en uit honderd Zwaluw-lucifers schonk de verzoening
na zoveel jaaren valt er niets meer te verbloemen
knaap en maagd hooren voor eeuwig bij elkaar

Weer weer weer weer weer weer weer weer
ach spreek dat woord niet meer
en liever ook niet fluisteren
en Satan heeft de hik van Bloed en As
en likt zijn vingers af bij Duitschland voor de Duitschers

Een Meisje snikt: Na ons Geallieerde Troepen
haar Moeder troost haar, Vader zei het goed
daar heeft het hele Block nog voor geboet
hoor kind! het Uitverkoren Volk wordt omgeroepen

In de latrine gloort de Vrijheid
even terneer Konflikt-vergeten
men is nu eenmaal solidair of niet
wij wisselen snel alle rottigheid die we van d’Obersturmbann weten
Wij tellen ze per Haken-kruis
want laarzen moet je poetsen
zij hebben karwatsjes en wij luis

: de oer-grond van de vete