Walter


Ans zingt iets minder luid pudiek
dan Huib de bassen ritst
en dan Maman die alles haat
mee- put zou haken als zij ’t wist

het kleed der mildheid kleeft aan ’t kistje
en kindermeel noemt het met name
en hoewel het klootzak lispelt
moet je je daar niet voor schamen

wat grapt papa uit ieder oor
en in - dat zou ik zeggen -
zijn witzen die Aleidje uit mag leggen

de mond - der dubbelzoute regen - zwijgt ten laatst
en binnenin zing ik in koor :
hier vindt iets heel bijzonders plaats